Vanaf zondag 1 oktober 2006 krijgen we wat meer kleur in de kerk
er komen gekleurde kleden (ook wel antipendia genoemd) over de avondmaalstafel. Na de renovatiewerken in 2008 beschikken we eveneens over een LED-kruis waarvan we de kleuren kunnen aanpassen. t
Is niet dat ik jaloers wordt op de prachtige herfstkleuren die onze tuin versieren of dat
de dominee er een hobby bijheeft, maar om een zichtbaar maken van de gang van
het kerkelijk jaar. Je hoort het reeds in het woord: het kerkelijk jaar.
We kennen allen het burgerlijk jaar dat begint op 1 januari (ooit was
ook dat anders), het schooljaar dat begint op 1 september of zo en nu
het kerkelijk jaar. Dat begint op de eerste zondag van de advent. Meestal wordt dit
voorgesteld door een ring, een ronde, eigenlijk ontbreekt een derde dimensie: het zou een
spiraal moeten zijn. Immers, christenen zijn mensen met hoop en een visioen, levend van
feest naar feest, samen onderweg, opgaand, bij elkaar komend om zicht te houden op de
Eeuwige tot Hij 'alles in allen zal zijn'. Dat is moeilijk in beeld te brengen daarom
houden we het op een ronde (zie illustratie).
Het kerkelijk jaar kun je verdelen in drie kringen: de kerstkring, de paaskring en de zomer- en herfsttijd. Momenteel zitten we in de zomer- en herfsttijd. De kerstkring - met als vaste datum het kerstfeest (25 december) - ligt voor ons, de paaskring een hele tijd achter ons.
De paaskring was er in de Christelijke gemeente het eerst. De eerste christenen vierden Pasen met de joden mee. Daarom verandert de datum ook steeds, omdat Pasen gevierd wordt op de eerste zondag na volle maan in de lente, met 22 maart als vroegste datum en 25 april als laatste.
In de Paasnacht werden de doopkandidaten gedoopt. Daaraan vooraf ging een tijd van veertig dagen, van bezinning op Jezus' leven en sterven om als gedoopten Jezus Christus te kunnen verkondigen.
De kerk heeft deze tijd genoemd: lijdenstijd, tijd van boete en inkeer of vastentijd, tijd van versobering.
Veertigdagentijd (De zondagen worden niet meegeteld: zij houden immers zicht op het feest). Uit de vroegste tijd van de kerk is bekend dat er vóórvastendagen waren op de zeventigste, zestigste en vijftigste dag vóór Pasen. De veertigste na Pasen is de hemelvaartsdag, de vijftigste dag de 1e pinksterdag. Op deze laatste dag wordt de paaskring afgesloten en gaan we op weg in zomer- en herfsttijd om op 1e Advent de geboorte van Gods liefde in ons opnieuw te verwachten en de zondagen na kerstmis de aandacht aan zijn verschijnen (Epifanie) te vestigen.
De kleuren- wit, rood, groen en paars - zijn geen uitvinding van de laatste jaren, maar zijn relatief oud. In de oude kerk waren er met betrekking tot kleur geen vaste afspraken, in de Karolingische tijd (9e eeuw) kwamen voorschriften, maar tot in de 15e eeuw bleef veel vrijheid. De kostbaarheid van het materiaal lijkt toen belangrijker dan de kleur. Het concilie van Trente, in de 16e eeuw, luidde een grote hervorming en centralisering in de Rooms Katholieke Kerk in, als antwoord op de roep om hervorming van de reformatoren. Dit concilie heeft onder meer orde aangebracht in de liturgische kleuren. Het Missale Romanum van 1570 geeft 5 kleuren, namelijk wit, rood, groen, paars en zwart. Voor iedere tijd van het jaar, voor iedere zon- en feestdag, en voor iedere heiligendag werd de kleur toen vastgelegd.
Al in de 10e eeuw kende men in de liturgie aan kleuren een symbolische betekenis toe. Vanaf de 13e eeuw kregen ze de betekenis zoals we die nu kennen:
Wit is de oudste kleur in de kerk. In de Romeinse cultuur was wit feestelijk. Bovendien is wit een bijbelse kleur (Volgens Openbaring 7,9 dragen de deelnemers aan de hemelse eredienst witte gewaden - zie ook Openbaringen 3,4). De nieuw gedoopten werden bekleed met witte gewaden. Als herinnering daaraan kennen wij nog de witte doopjurk of het "witte kleed" dat een nieuw gedoopte omgeslagen krijgt. Wit staat voor feestkleur kleur van zuiverheid en licht, gebruikt op de feesten die te maken hebben met nieuwheid, bevrijding, verrijzenis en eeuwig leven: Pasen, Kerstfeest, Witte Donderdag en 1e zondag na Pinksteren.
Paars: de kleur van soberheid, ingetogenheid, bezinning, inkeer, boete en rouw. Eerst werd paars alleen gebruikt in de veertigdagentijd, later ook in de adventstijd.
Paars (purper) was in de oudheid zeer kostbaar, het werd gemaakt van purperslakken die voor de kust van Fenicië gevonden werden. De stof was voorbehouden aan keizers en bisschoppen. Het werd niet gebruikt als kleur voor de Tafel. Pas toen paars gemakkelijker te bereiden was uit andere natuurlijke grondstoffen (een donker paars) kon het als liturgische kleur geproduceerd worden. De associatie van purper met de keizer was toen al verdwenen.
Roze: Het paars licht op tot roze. Sinds Trente is er als laat gebruik, plaatselijk, roze bijgekomen voor de 3e zondag van de advent en de 4e zondag van de 40dagentijd, omdat die zondagen als "bijna Kerstmis" en "half vasten" of "klein Pasen" een ingehouden feestelijk karakter hadden.
Rood: de kleur van vuur, verwijzend naar de Heilige Geest. De kleur wordt gebruikt op het Pinksterfeest en bij vieringen waar de Geest centraal staat. Rood is ook de kleur van de martelaren (als eerste Stefanus, de eerste martelaar, wiens feest op 26 december valt - daarom is de kleur van 2e kerstdag rood: het feest van Stefanus was er eerder dat het Kerstfeest!).
Liturgische kleuren hebben ook iets relatiefs. Ons Pinksterrood, vaak een vlammend helder rode stof, is een recent product. Middeleeuwse rode gewaden tonen een diep donkerrood. Helder rood was toen technisch nog niet mogelijk. Het donkerrood ligt wat dichter bij het martelaarsbloed en laat zien dat het rood op Pinksteren eerder met het "getuigen" te maken heeft dan met de tongen van vuur. Nu wij zo mooi helderrood kunnen maken ligt de associatie met het vuur van de Geest meer voor de hand.
Groen: de kleur van hoop, groei, toekomst, het goede leven. Groen drukt verwachting uit: 'Eens komt de grote zomer'. De kleur wordt gebruikt vanaf de eerste zondag na Epifanie tot aswoensdag (het begin van de veertigdagentijd) en vanaf de eerste zondag na Pinksteren tot Advent.
Zwart werd gebruikt voor rouwdiensten en voor Goede Vrijdag. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is zwart in onbruik geraakt. Het besef is breed dat zwart geen liturgische kleur is (onze togas zijn kledij van leraren later eens meer daarover). Tegenwoordig wordt voor rouwdiensten paars gebruikt, Goede Vrijdag heeft geen kleur meer - althans voor zover het altaar onbedekt is, voor de stola blijft paars.
De liturgische beweging in de protestantse kerken heeft de liturgische kleuren vrijwel ongewijzigd overgenomen, met uitzondering van het zwart dat al in onbruik raakte. Het nieuwe Dienstboek van de SoW-kerken, dat in 1999 verscheen, toont een poging als kerken van de reformatie zelfstandig met liturgische kleuren om te gaan. Zo is in het Dienstboek opgenomen dat de kleur van Hervormingsdag rood moet zijn, ongetwijfeld vanwege de vele martelaren voor de reformatie.
Kleuren van bijzondere gelegenheden |
|
| - uitvaartdienst - bevestiging van een huwelijk - bevestiging van ambtsdragers - openbare belijdenis - ingebruikname kerkgebouw |
paars of wit rood of wit rood rood of wit de kleur van de tijd van het kerkelijk jaar of rood |
Hopelijk zijn jullie hierbij wat geholpen om de weg te vinden in de kleuren, mochten er nog vragen zijn, trek gerust aan mijn mouw.
Eredienst & Kinderkerk:
Iedere zondag om 10u
Adres:
Spoorwegstraat 18
8560 Wevelgem
Contact:
mevr./ds. Marie-Claire Vandooren
Koetsierstraat 30
8560 Wevelgem
Tel./Fax. +32 (056) 51.97.31
marieclaire.vandooren@skynet.be